Workshop klimaatbestendige spoorsystemen in Europa

Om de kwaliteit en veiligheid van het spoorsysteem te garanderen gebruiken spoororganisaties standaarden. Standaarden beschrijven de regels en richtlijnen voor het ontwerp en beheer van het spoorsysteem. Op 21 november 2019 organiseerde CAS een workshop voor Europese spoororganisaties om te onderzoeken hoe deze standaarden rekening kunnen houden met toekomstige klimaatomstandigheden.

Waarom organiseerden we deze workshop?
Het doel van de workshop was om erachter te komen aan welke klimaatinformatie de spoororganisaties behoefte hebben. De workshop maakt deel uit van het project ‘Informatiesysteem voor klimaatbestendige infrastructuur’. Het doel van dit project is om standaarden voor infrastructuur aan te passen aan klimaatverandering. Daarmee kunnen spoororganisaties hun systemen beter kunnen voorbereiden op de toekomst. Want huidige ontwerp- en beheerstandaarden houden vaak alleen rekening met historische klimaatomstandigheden: het klimaat van de afgelopen 30 jaar. CAS onderzoekt in dit project hoe spoororganisaties in Europa rekening kunnen houden met klimaatverandering, en welke klimaatinformatie daarvoor nodig is.

Wie waren de deelnemers?
Deelnemers van de workshop waren standaardisatiespecialisten, klimaatexperts en vertegenwoordigers van spoororganisaties uit Nederland, Engeland en Oostenrijk.

Hoe brachten we klimaateffecten in kaart?
In het eerste deel van de workshop brachten de deelnemers samen de belangrijkste klimaateffecten voor het spoor in kaart. De deelnemers konden op grote posters aangeven welke effecten de meeste gevolgen hebben voor het spoor:

  • Hitte wordt in alle drie de landen mogelijk een groot probleem. Niet alleen omdat hitte oncomfortabel is voor reizigers, maar ook omdat het spoor door hitte kan knikken of verbuigen.
  • Droogte en bodemdaling kunnen verzakkingen van de infrastructuur veroorzaken met zeer grote schade tot gevolg.
  • Wateroverlast geeft hinder voor reizigers, bijvoorbeeld als toegangstunnels vollopen. En door extreme regen kan de spoorbaan instabiel worden als de grond geen water meer kan opnemen.
  • Overstroming zal tot schade leiden voor het hele spoorsysteem. Daar waren alle deelnemers het over eens, al zijn de precieze gevolgen van overstroming moeilijk te overzien.

Aan welke informatie hebben spoororganisaties behoefte?
Uit de discussie in de workshop bleek dat de spoororganisaties het liefst klimaatinformatie gebruiken die specifiek voor het land is ontwikkeld. Want die is vaak gedetailleerder en houdt rekening met lokale kenmerken. Spoororganisaties gebruiken vaak Europese standaarden, maar maken deze weer op maat voor hun eigen spoorsysteem en klimaatomstandigheden. Spoororganisaties uit landen met een warmer klimaat gebruiken bijvoorbeeld andere temperatuurnormen dan spoororganisaties uit landen met een koeler klimaat. Maar lang niet alle Europese landen hebben lokale informatie over klimaatverandering beschikbaar die bruikbaar is om hun standaarden aan te passen.

Hoe nu verder?
Klimaatexperts van de University of Reading gaan onderzoeken welke klimaatinformatie beschikbaar en bruikbaar is voor alle Europese spoororganisaties. Ze maken daarvoor gebruik van de informatie in de Copernicus Climate Change Service (C3S). Ze onderzoeken dan ook hoe ze deze informatie het beste beschikbaar kunnen maken voor spoororganisaties. De uitkomst is een informatiesysteem met klimaatdata voor spoororganisaties. Deze informatie kan ook een basis zijn om meer gedetailleerde informatie te ontwikkelen over het toekomstig klimaat in de verschillende landen. CAS zal het informatiesysteem samen met de spoororganisaties testen om te onderzoeken hoe ze het kunnen gebruiken om hun standaarden aan te passen.

Wat is C3S?
De Copernicus Climate Change Service (C3S) is één van de zes thema’s voor informatiediensten van het Copernicus Earth Observation Programme. Het ‘European Centre for Medium-Range Weather Forecasts’ (ECMWF) voert deze informatiedienst uit, in opdracht van de Europese Unie.  

Partners